De zomerstop - Koen Le Percq

De zomerstop - Koen Le Percq

Om de zomerstop te overwinnen gaan we elke week een interview publiceren met een bekende of misschien iets minder bekende speler. Aan de hand van een aantal gerichte vragen leren we de persoon beter kennen. Vandaag, volgens Andy Coesens de meest onderschatte speler: Koen Le Percq!

Dag Koen, kan je jezelf even kort voorstellen? Wie ben je en waar ben je actief?

Hallo, ik ben dus Koen Le Percq, afkomstig uit Wichelen nu woonachtig in Beveren-Leie samen met Peggy en onze 2 zoontjes Ibo en Eno.

Ik heb lang haar en meestal een korte broek aan. Of zo zal tenminste het grootste deel van de kickerwereld mij herinneren. Buiten het kickeren heb ik nog vele andere bezigheden, zo ben ik als overtuigd veganist ook vrijwilliger bij www.evavzw.be en als overtuigd papa ook lid van de ouderraad van de school van mijn kinderen, heb ik enkele diploma’s canyoning, ga ik normaal regelmatig badmintonnen en volleyballen… Maar het belangrijkste is wel lid zijn van het clubje dat Confrater heet. Ha ja, en mijn werk, dat is iets in de informatica.

Je hebt reeds een rijk gevulde carrière, kan je even vertellen wanneer je begon en waar je zoal gespeeld hebt?

Ik ben begonnen in de kantine van SK Wichelen. Daar stond plots een kickertafel en de papa van mijn beste vriend Dave, toonde ons hoe we moesten trekken en steken.

Een paar weken later was de kantine dicht en zijn we voor het eerst op café gegaan. Mijn moeder is mij daar in een colère komen buitenhalen en riep ‘Als je wilt kickeren, ik zal u ne kicker kopen’. Toen heb ik voor mijn verjaardag, Sint-Maarten, Kerstdag, Nieuwjaar en Pasen samen een ouder Jupiter 3-ster gekregen. Daar heb ik me dood op getraind.

Een klein jaar later ging ik stiekem nog eens op café en wat bleek, ik won van bijna iedereen. Ze speelden daar competitie, De Joskes, en ze wouden dat ik met hen zou meedoen. Ik heb toen nog even moeten wachten tot ik 16 jaar was en dan mocht ik mij inschrijven. Een paar maand later was het Oost-Vlaams Kampioenschap en daar werd ik 2e in 4e provinciale in het enkelspel, juist na onze beste speler, den Bassie. En toen was ik vertrokken.

We hebben met De Joskes 3 jaar op rij kampioen gespeeld. In 4e , in 3e en in 2e . Ik heb toen het geluk gehad om met Eric Strymeers, de vader van Steve, te mogen spelen op tornooien. We hebben er toch wel redelijk veel gewonnen, waardoor ik geen vakantiejob hoefde te doen.

Dan ben ik verhuisd naar een Zottegemse ploeg om voor het eerst betaald te spelen, daarna heb ik jaren bij De Vossen, de ploeg van de familie Van De Cauter, gespeeld in de Nationale afdeling. Om dan terug voor de vrienden van Wichelen te kiezen. En toen dat verhaal op zijn einde liep, heb ik voor de vrienden van Gent gekozen. Waar ik nu dus nog steeds speel.

Tussendoor heb ik ook wel wat tornooien gespeeld. Ook in het buitenland. In 2006 was ik zeer vereerd dat ik gevraagd werd om mee te gaan met de nationale ploeg naar het WK in Hamburg. En sindsdien ben ik in het buitenland steeds vooral een ploegspeler geweest voor die nationale ploeg. Met als kers op de taart de wereldtitel in 2012.

Wat is, voor jou persoonlijk, het leukste wat je ooit meemaakte in je carrière?

Dat is een moeilijke vraag. Het meest memorabele is waarschijnlijk die wereldtitel in 2012, maar ik heb dankzij het kickeren zoveel leuke dingen mogen meemaken.

Ik heb aan de Italiaanse competitie mogen deelnemen (dank u Benti), wat een heel andere wereld is.

We hebben daar een weekend op een cruise mogen spelen, onkosten werden betaald, kicker te volgen op het groot scherm in de cinema, Barcelona en Andorra bezocht, …

Ik ben ooit, toen ik voor het werk in India zat, uitgenodigd door de Indische federatie om een tornooi te komen spelen aan de andere kant van het land. Ik werd er ontvangen op de luchthaven met bloemen, mocht blijven slapen in een paleis met gouden kraantjes en bewakers met machinegeweren, heb daar in een 6-tal kranten gestaan, heb mogen spelen met een cricketspeler van de Indische nationale ploeg, met hooggeplaatsten gegeten op het dak van het hoogste gebouw, … En ik heb daar nog gewonnen ook.

Ik heb in Bulgarije op een internationaal tornooi eens 5 van de 6 reeksen gewonnen.
Ik heb met Peggy een groot open tornooi met een zeer sterke bezetting gewonnen in Luxemburg.
Ik ben ooit wereldkampioen enkelspel mogen worden bij de amateurs op Garlando. En ik vind eigenlijk nog steeds dat ik niet op die tafel kan spelen, maar ik had wel al wat ervaring op dat moment.

Ik ben zelfs in 2012 genomineerd geweest voor sportverdienste van het jaar van Stad Waregem, in die tijd mochten we zelfs ook eens op de regionale TV komen. Ik heb het jaar 2008 afgesloten als 10e op de wereldranglijst van ITSF. En in datzelfde jaar hebben we de Nations Cup gewonnen op het EK van P4P, waar elke wedstrijd uiteindelijk werd beslist in het laatste game, het gemengd. Ellen Van Onckelen en ik hebben al die matchen gewonnen en we werden voor het eerst Europees Kampioen met de nationale ploeg.

Maar wat er mij eigenlijk steeds het meest voldoening gegeven heeft zijn de workshops en demo’s in scholen, jeugdhuizen, voor www.habbekrats.be, bedrijven, op beurzen, op de kermis voor een goed doel… Eerst altijd een beetje stoefen maar daarna vooral uitleggen, tips geven, mensen vooruithelpen in hun spel, zorgen dat ze er meer plezier kunnen aan beleven. Het is altijd leuk wanneer mensen komen vertellen welke vooruitgang ze gemaakt hebben dankzij tips die ik hen gegeven heb (maar die ik zelf meestal al lang vergeten ben).

Jullie draaiden dit seizoen een goed seizoen, kan je wat meer vertellen over hoe het liep?

Dit seizoen is eigenlijk vorig seizoen begonnen met onze fameuze Roadtrip. Onze Guy had die voorbereid, al de rest wist van niks. Het was machtig, prachtig en we zijn daar nog veel dichter naar elkaar toegegroeid.

We hebben bij Confrater ook al jaren een soort van veto-systeem als het gaat over er nieuwe spelers bijnemen. De kickercapaciteiten zijn niet zo belangrijk, maar je moet in de groep passen. En dat is ondertussen toch een, hoe zou ik het zeggen, apart groepje geworden. We lezen ook veel dezelfde of gelijkaardige boeken of luisteren naar dezelfde podcasts. Discussiëren veel over spiritualiteit, ethiek (o.a. veganisme), psychologie, filosofie, ecologie, economie, wetenschap, … En belangrijk daarbij is dat iedereen de ander aanvaardt.

Ik vind persoonlijk dat we in het verleden al veel sterker gestaan hebben puur op kickervlak, maar blijkbaar is dat groepsgevoel en het aanvaarden van elkaar zoals we zijn, dit jaar belangrijker geweest. Eigenlijk kan ik mij niet veel meer van dit seizoen herinneren, buiten dat er zeer veel liefde in de ploeg zat en dat we, hoeveel we ook achterstonden, nooit verloren waren.

Welke tips zou je graag meegeven aan beginnende spelers?

Ik ga weer geen kort antwoord kunnen geven hé. Op de workshops die ik geef, vraag ik steeds aan de mensen wat ze eigenlijk willen bereiken. Willen ze goed worden, willen ze vooral winnen, willen ze zich vooral amuseren of willen ze bv. die ene collega kunnen verslaan? Want op een zeer saaie manier kan je het meest efficiënt winnen, maar niet iedereen vindt dat even tof.

Daarnaast laat ik iedereen eerst even zijn gewoon spel spelen. Gewoon om daarop voort te bouwen.

Kickeren kan je op vele manieren en je hebt veel verschillende niveaus. Op elk niveau, bij elke speelstijl kan je andere tips geven.

Een belangrijke algemene tip is misschien kijken. De meeste spelers kunnen hun beste vrienden, ook al zijn ze veel beter, toch wel goed tegenhouden. Dat komt omdat je er al veel tegen gespeeld hebt en er dus al veel naar gekeken hebt. Wel dat kijken kan je ook doen in competitie of op tornooi. Als je de vorige wedstrijd van je tegenstander gezien hebt, heb je al een voorsprong in het volgende spel.

Voor de mensen die het vooral moeilijk hebben in het hoofd en af en toe iets lezen, is er een goed boekje “The Inner Game of Tennis” of in het Nederlands “Het Innerlijke Spel door Tennis”.

Voor mensen die veel alleen trainen, oefen vooral het middenveld. Als je op café traint, is het trainen op het middenveld veel goedkoper (je kan ook spelletjes middenveld spelen). Daarnaast krijg je als je dan een echte wedstrijd speelt veel meer ballen vooraan, waardoor je dan meer vooraan kan trainen.

Hiermee vermijd je ook dat je bepaalde schoten perfect kunt uitvoeren, maar niet kunt wegsteken wat je wanneer gaat doen.

En voor mensen die thuis een tafel staan hebben, oefen op balrecuperatie. Dit is het zwaarst onderschatte onderdeel van het kickeren. Telkens wanneer iemand iets niet perfect uitvoert (niet scoort vooraan, geen perfecte pas geeft vanuit het midden, niet scoort van achteruit) is het tijd om te grabbelen. Reken zelf maar eens uit hoeveel percent van de tijd dit voorkomt. Ik heb hier zeer veel op getraind. Mensen hebben altijd gedacht dat ik veel geluk had, ik klopte zeer gewillig, maar eigenlijk wist ik wel beter.

Wie is, voor jou, de beste speler waar je het in België ooit tegen opgenomen hebt?

Ja, ik moet niet onnozel doen, de beste speler is en blijft natuurlijk Collignon. Maar ik ben eigenlijk een grotere fan van de achtermannen van de generatie die voor mij kwam. Ik weet nog goed dat ik op het eerste EK in Borgloon tegen zo een, in mijn ogen, oude achterspeler moest spelen. Ik dacht die even makkelijk te gaan afdrogen. Ik verloor met 11-1. Man die mens was veel slimmer dan mij.

Als ik er namen moet op plakken, dan zijn het spelers zoals Momo, Patrick Fournier en zelf Werner Wuyts.

Dat zijn mannen die het spelletje snappen. Werner en Patrick heb ik beiden naar het buitenland zien gaan en hoe snel zij mee zijn met de toppers met heel andere technieken op die tafels, zonder dat ze zelf veel techniek hebben of gebruiken. Hoe Patrick Fournier plots top-voorman werd met zeer beperkte technische middelen.

Maar het mooiste dat ik ooit gezien heb, was hoe Momo met Sabater won tegen Collignon. Momo legde Collignon helemaal plat, bleef zeer kalm en correct in discussies, liet zich niet van de wijs brengen en scoorde rond de 7 goals van achteruit in beide matchen. Ik heb Sabater nooit zo gelukkig gezien.

Nu nog steeds als ik tegen Momo moet spelen en ik vind oplossingen om tegen hem te scoren, vind hij altijd weer oplossingen om mij stil te leggen. Natuurlijk zijn er nog veel andere spelers die mij vlot tegenhouden, maar bij Momo voelt het toch steeds iets anders aan.

Bedankt Koen voor het leerrijke interview!